U bent hier

Orchestre Philharmonique Royal de Liège

OPRL
Kursaal Classics

16:15: Inleiding Frank Pauwels in de Ridderzaal
17:00: Concert

Uitvoerders
Orchestre Philharmonique Royal de Liège
Gergely Madaras, muzikale leiding
Alberto Menchen, viool

Programma
Aleksandr Glazoenov ( 1865 – 1936) | Vioolconcert in a, opus 82
***pauze***
Anton Bruckner (1824-1896) | Symfonie nr. 7 in E

  • Allegro moderato
  • Adagio: sehr feierlich und sehr langsam
  • Scherzo: sehr schnell - Trio: etwas langsamer
  • Finale: bewegt, doch nicht schnell

Programmatoelichting
Glazoenov

Aleksander Glazoenov werd in Sint-Petersburg geboren. Tijdens de wereldtentoonstelling in Parijs (1889) maakte de wereld kennis met hem als dirigent van zowel eigen werk als dat van andere Russische componisten, zo propageerde hij de Russische klassieke muziek. In 1904 schreef hij zijn vioolconcert. Het werk was opgedragen aan Leopold Auer, een meesterviolist uit Sint-Petersburg. Het vioolconcert is vrij representatief voor Glazoenovs technisch briljante stijl. 

Glazoenov was een leerling van Rimsky-Korsakov. Ongeveer op het moment dat zijn voogdijschap bij Rimsky eindigde, wekte de jonge student-componist de interesse van een extreem rijke kunstmecenas, Mitrofan Beljajev. De Beljajevkring, zoals die bekend werd, was de natuurlijke opvolger van De Machtige Vijf. Maar terwijl De Vijf (Rimski-Korsakov, Balakirev, Borodin, Moesorgski en Cui) een gevecht moesten leveren om het nationalisme in de Russische kunstmuziek te introduceren, kon de Beljajevkring de vruchten plukken van die strijd, ze als vanzelfsprekend beschouwen en zo moeiteloos in de hoofdstroom van de West-Europese muziek geïntegreerd worden. Gewapend met een volledige beheersing van het compositieambacht schreef Glazoenov in een traditionele, kleurrijke stijl waarin elementen van het Russisch nationalisme en die van de Duitse romantische school werden gecombineerd. Het was een stijl die hem in heel Europa en Amerika veel succes opleverde.

In de tweede helft van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw werd het instrumentale soloconcert een bijzonder populair medium in Rusland. 

Er zijn geen pauzes of genummerde delen in het concert. De gebruikelijke driedelige structuur is hier versmolten tot één deel, maar de drie onderscheidende delen blijven behouden. Dit wordt bereikt door stemmingen, tempo's, dynamiek en ritme af te wisselen. Het expositiedeel vertegenwoordigt de sonate allegro. De langzame episode in de ontwikkeling dient als adagio en de rondo – als finale. Het orkest en het solo-instrument lijken ook niet tegenover elkaar te staan, ze vullen elkaar harmonieus aan, waardoor een onverdeelde muzikale compositie ontstaat. 

Bruckner
Bruckners negen symfonieën zijn zo indrukwekkend dat ze vandaag haast monumenten geworden zijn: ‘kathedralen van klank’. Voor eigentijdse dirigenten zijn ze basismateriaal waar ze niet aan voorbij kunnen. Maar tijdens Bruckners leven vertoonden dirigenten, orkesten, critici en publiek forse weerstand.  Algemeen werd hij in binnen- en buitenland wel erkend als een groot organist met ongehoorde improvisatorische gaven (die half Londen in opperste staat van muzikale vervoering brachten). Maar als componist kreeg hij de wind van voren. Het Weense publiek zag weinig in de enorme bouwsels van Bruckner. Ook de Weense critici, onder aanvoering van Eduard Hanslick, hadden het niet op Bruckner begrepen. Die Hanslick had zich met zijn in vitriool gedoopte pen een belangrijke positie in het Weense muziekleven én daarbuiten verschaft. In zijn niets ontziende kruistocht tegen Richard Wagner sleepte hij Bruckner, als vurig Wagner-aanbidder, daarin mee. De gevreesde criticus (die Johannes Brahms op handen droeg), maakte het Bruckner dusdanig zuur dat hij de arme componist bij herhaling aan de rand van de vertwijfeling bracht.

Pas laat in zijn leven, in de jaren tachtig, ervoer Bruckner succes als componist, te beginnen met de Zevende Symfonie. In 1885 dirigeerde de vermaarde Arthur Nikisch het sterk melodische werk met haar prachtige klankkleuren naar de welverdiende roem. Zijn muziek werd vanaf dan in Oostenrijk, Duitsland en elders opgevoerd; hij ontving stipendia en opdrachten van de Oostenrijkse regering, en van mecenassen.

Maar er was ook verdriet voor Bruckner; zijn idool en grote voorbeeld Richard Wagner, stierf in 1883. Toen hij dat vernam, was hij bezig de laatste hand te leggen aan het adagio van zijn symfonie 7. Uit eerbied voor Wagner veranderde Bruckner het adagio in een grootschalig lamento, een soort ‘in memoriam’, dat evenveel tijd in beslag neemt als de andere drie delen tezamen! Het adagio uit zijn zevende wordt beschouwd als een van de heerlijkste muzikale scheppingen. Het Adagio begint met muziek voor vier Wagner-tuba's (de eerste verschijning van deze instrumenten in symfonische muziek).

Met die zevende leek Bruckner zichzelf te hebben overtroffen: hij had zijn Wagnerverering gesublimeerd binnen een Beethoveniaans kader. Toch vervalt hij niet in inspiratieloos kopiewerk. Het gebruik van het orkest bijvoorbeeld (de grootste orkestbezetting die hij tot dan toe ingezet had) was niet bedoeld om een imponerende klankenmassa te produceren, maar om delicate passages steeds wisselende kleuren te geven. Typisch Bruckner is ook de afwisseling van strijkers-, hout- en koperpassages, een techniek die wel eens vergeleken wordt met orgelregistraties. Knap is ook dat Bruckner – ondanks de variërende klankregisters, ongeacht de omvangrijke lengte – steeds voor thematische verwantschappen zorgde. Zo opent Bruckner het eerste en het laatste deel op krek dezelfde manier: met een gebroken akkoord. De sfeer is echter totaal anders: waar deze arpeggio aan de start een langzaam openvouwende melodie genereerde, krikt Bruckner het tempo in de finale op tot geanimeerde sprongen. Dit soort muzikale reminiscenties zorgen niet enkel voor een hechte constructie, maar ook voor een overkoepelende eenheid (versterkt door de slotpassage, die de openingsmelodie herhaalt) die opnieuw Beethoven in herinnering roept.

Biografieën
Orchestre Philharmonique Royal de Liège – OPRL

Het OPRL is het enige professioneel symfonisch orkest van de Federatie Wallonië-Brussel. Buiten zijn “klassieke” concerten (die niet altijd even klassiek zijn) positioneert het zich ook als een echt resource centre. Het stelt zijn muzikale middelen immers ter beschikking van al wie cultuur voor iedereen toegankelijk wil maken. Dit orkest munt uit in alle genres en vertegenwoordigt ons land in de grootste internationale muziekzalen.

Het OPRL heeft een identiteit uitgebouwd op het kruispunt van de Germaanse en Franse tradities. Het orkest wil niet alleen de creatie ondersteunen, het Frans-Belgische patrimonium promoten en nieuw repertoire aanboren, maar bouwt ook een uitgebreide discografie uit met al zo’n 100 opnamen.

Gergely Madaras
In twee jaar tijd heeft de dirigent zijn stempel gedrukt op het orkest van Luik. Madaras  belichaamt de jonge generatie musici die hoge normen, beschikbaarheid en verbeeldingskracht weten te combineren; hij heeft ook de zaak van het OPRL weten te omhelzen in de globaliteit van zijn artistieke dynamiek en in de bezinning over de vernieuwing van de concertvormen, de openheid naar alle publieksgroepen en de relatie met de technologische ontwikkelingen.

Gergely Madaras is verankerd in het traditionele klassieke en romantische repertoire, maar hij onderhoudt een nauwe band met de muziek van vandaag.

Alberto Menchen
Sinds zijn kindertijd heeft Alberto Menchen talrijke onderscheidingen en beurzen gewonnen. Hij is dan ook uitgegroeid tot een van de meest gerenommeerde Spaanse violisten. Als 1e concertmeester neemt Menchen bij het OPRL de viool solo’s op zich, maar moet ook de partituren kennen en de andere strijkers in het oog houden. De concertmeester is een bijzondere positie in het orkest: hij staat tussen dirigent en musici in en beslist over veel details.

Koop tickets
Opgelet, koop enkel tickets via de officiële verkoopskanalen.

Deel dit evenement

Praktisch

Deze activiteit is helaas voorbij.

Prijzen

€ 55 - € 45 - € 35 (incl.reservatiekosten)

Kortingen op losse tickets:
Jongeren <26j - 40% korting
+65j - 10% korting
Groepen vanaf 10 personen: prijs op aanvraag via hallo@kursaaloostende.be
Koop tickets
Opgelet, koop enkel tickets via de officiële verkoopskanalen.

Boxoffice

Toerisme Oostende
Monacoplein 2
Open 7/7

Organisatie

Kursaal Oostende

Boek hier je verblijf

Bijvoorbeeld: 2024-07-16
Bijvoorbeeld: 2024-07-16

Restaurants in de buurt

Brassi Casino Restaurant

Histoires d'O

Brassi Grand Café

Den Artiest

Den Artiest

ocean

Ocean

La Piazza

Smowk

Expo & Kafie